Mw Bruun, 83 jaar en dement, leert ons de belangrijkste les over omgaan met dementie

Mw Bruun, 83 jaar en dement, leert ons de belangrijkste les over omgaan met dementie

BEKEND OUDERENPSYCHOLOOG SARAH BLOM OVER OMGAAN MET DEMENTIE

Sarah Blom ontwikkelde haar indrukwekkende muziektheatershow DAG MAMA, die inmiddels al meer dan 300.000 mensen heeft mogen helpen in het omgaan met dementie. Eerder schreef ze ook een bestseller vol tips over omgaan met dementie ‘JIJ bent toch mijn dochter. Dit boek over omgaan met dementie heeft vele harten mogen raken met kennis en inzichten. Beleef het ook: DAG MAMA, indrukwekkende muziektheatershow over omgaan met dementie.

 

Omgaan met dementie – het verhaal van mevrouw Bruun

 

Daar zit ze, in elkaar gedoken bij het grote venster in de huiskamer. Haar ogen zijn bloeddoorlopen, haar gezicht zichtbaar getekend door grote roodbruine pigmentvlekken. Ze lopen helemaal van onder- tot bovenaan haar gelaat, ja zelfs haar hoofdhuid is niet gespaard gebleven. Een verwilderd kapsel met uitgezakte permanentkrullen maskeert het enigszins.

Ik loop zachtjes op haar af en zie haar linker wenkbrauw licht opveren. Even kijkt ze mij recht aan, vluchtig, maar net lang genoeg om de pijn in haar ogen te kunnen zien. Ik word erdoor getroffen. Zoveel verdriet, zoveel schaamte. Het liefst zou ze ter plekke door de grond te zakken. Het is duidelijk, deze vrouw is beschadigd, beschadigd door het leven.

Daar staat ze, moederziel alleen, tollend op de benen..

Mw Greet Bruin. Een 83 jarige dame die sinds enkele weken in het verpleeghuis verblijft na thuis een helse periode te hebben doorstaan. Stelselmatig mishandeld, uitgescholden en volgepompt met alcohol door haar alcoholistische echtgenoot. Een onthoudbare situatie. Dagelijks werd ze voorzien van glazen bier, wijn en jenever om haar rustig te houden. De voordeur op slot gedraaid zodat ze niet weg kon lopen. Moederziel alleen, tollend op de benen kan ze zich soms nog maar net vasthouden aan haar oude vervallen aanrecht, waar ze zich jarenlang zo heeft ingespannen voor haar gezin. Voor haar vier kinderen en echtgenoot die vaker in de kroeg zat dan erbuiten. Ze was een liefhebbende moeder en hardwerkende huisvrouw, daar was ze goed in. Het gaf haar de kracht en moed om toch iedere dag weer op te staan, al decennia lang. En nu ze daar zo stond, duizelig en licht in het hoofd, uitgescholden voor ‘vieze bruine’, afgedankt, nutteloos als vrouw en moeder, wist ze dat aan dit alles een einde was gekomen. Houd dít haar vandaag de dag soms bezig wanneer ze zo stilletjes aan tafel zit? Voorovergebogen? Wordt ze geteisterd door nare beelden en gedachtes?

Daar is bruine Greet zeker weer goed voor!

Deze vragen houden mij bezig en hoewel het soms heel lastig is om hierachter te komen, blijf ik het proberen. Want het gevoelsleven van de mens met dementie is vaak zo rijk, de menselijke behoeftes zo sterk, zo ‘klein’. Wanneer we ze kennen, kunnen we zoveel meer voor de ander betekenen. En eigenlijk is dit bij Greet niet anders.

Daar zou ik vandaag achter komen, vandaag gebeurt er namelijk iets interessants. Wanneer ik omstreeks 12.00 de huiskamer betreed, zit ze niet op haar vertrouwde plekje aan tafel, noch bij het raam. Nee, ze zit met samengeknepen, enigszins bozige ogen op haar rollator, aan de rand van de keuken. Ze neemt de zusters ernstig in zich op terwijl ze driftig heen en weer lopen. Druk. Aan de soep, de afwas, pillen delen. Dit (huiselijke) tafereel maakt duidelijk iets in haar los: ‘je denkt dat je de wijsheid in pacht hebt, dat alles om jou draait, maar wie kan het straks allemaal weer opknappen! Greet, Greet doet het wel weer. Daar is bruine Greet wel goed voor ha!’. Haar ademhaling versnelt, haar lichaam rilt als een rietje. Wat is hier aan de hand? Ik besluit het gesprek met haar aan te gaan. Wat gaat er achter haar gedrag schuil?

Ik: ‘Mw Bruin, moet ú het straks weer opknappen! (ik spiegel haar woorden, dezelfde stemintonatie, ooghoogte en lichaamshouding)
Mw Bruin: Ja, zoals altijd!
Ik:U moet het altijd maar weer opknappen! Wat moet u doen? (doorvragen)
Mw Bruin: Ja, dan kan Greet komen voor de rotklusjes!
Ik: ‘Moet ú altijd de rotklusjes doen? (spiegelen)
Mw Bruin: Ja
Ik: En dat wil u niet, u wil ook weleens iets anders dan rotklusjes, is het niet?
Mw. Bruin: ze roepen ‘Bruine Greet, bruine Greet, met je vlekkenkop’
Ik: Zeggen ze dat! (verontwaardiging, empathie) Hoe voelt dat?
Mw. Bruin: ik snap het niet, het doet heel zeer’
Ik: waar voelt u dat? (gevoel uitdiepen)
Mw Bruin grijpt naar haar borst, ter hoogte van haar longen
Ik: Wat zou u het allerliefste willen?
Mw Bruin: ‘Meedoen, met de anderen’
Ik: Meedoen?
Mw Bruin: dat als ze dat doen, ik erbij ben
Ik: Ja, dat zou fijn zijn, erbij zijn. Wat zou u doen als u erbij was?
Mw. Bruin: springen en lachen met elkaar, kletsen. samen
ik: Plezier maken. Zoals wij nu samen zijn en met elkaar praten?
Mw. Bruin glimlacht naar mij en antwoordt verlegen ‘ja’
Ik: weet u mw. Bruin, ik vind het altijd zo fijn om je te zien. Ik mag u graag, u bent altijd zo vriendelijk voor mij. Ik denk dat ik weet hoe u zich voelt. Ik ben vroeger ook gepest
Mw. Bruin: ‘ja…?’
Ik: en ook ik voelde pijn, hier (ik grijp naar mijn borst, precies op de plek waar mw. Bruin haar pijn voelde). En dan is het fijn om erover te praten. zoals nu. Ik vind het fijn om even samen te zijn.

Nabij durven zijn

Mw Bruin kijkt mij aan, pakt mijn hand vast en zo zitten we samen twee minuten voor ons uit te staren. Ik voel wat ze voelt, ik begrijp haar. Terwijl iedereen om haar heen van betekenis is voor iets of iemand, zit er voor haar niks anders op dan toekijken. Toekijken hoe anderen taken vervullen die haar elke dag de kracht gaven door te gaan, taken die haar op de been hielden; het huishouden. Ze heeft die taken zo hard nodig om niet te verdrinken in de gapende wonden uit haar verleden.  En nu ze het zonder hen moet stellen, voelt ze de pijn weer. De pijn die ze nu voelt, in onze keuken, op haar splinternieuwe rollator, scheurt al haar oude wonden meedogenloos open (een uiterst krachtig psychologisch fenomeen – nieuw zeer triggert oud zeer) .

Het voert haar terug naar haar lagere schooltijd. Daar staat ze weer, aan de rand van het schoolplein met haar bruine jurkje en oude veterlaarsjes aan. Met tranen in haar ogen ziet ze haar klasgenootjes plezier hebben, touwtje springen, hinkelen, tollen….  ‘Mag ik meespelen… alsjeblieft? ” Nee!! Haha, Bruine Greet, met je lelijke vlekken kop!’. Gierend van het lachen staan ze om haar heen, in een klein kringetje ‘Met je lelijke vlekken kop!  Met je lelijke vlekken kop’.… Deze woorden zullen haar vanaf dat moment haar hele leven achterna jagen. Ook vandaag de dag denderen ze door haar beschadigde hoofd heen.  Ja… het gevoel dat er voor haar geen plek is in dit leven zou zich vanaf deze tijd voorgoed en onomkeerbaar in haar nestelen. Het heeft haar gevormd en al haar toekomstige keuzes bepaald, zoals zeker ook haar partnerkeuze.

Uit de reactie-stand komen

Ik neem afscheid en loop met lood in mijn schoenen terug naar mijn kantoor. Haar verhaal raakt mij, diep. Misschien heeft het ermee te maken dat ook ik weet hoe het voelt om ergens niet bij te horen. Gepest te worden met een uiterlijk kenmerk: met een donzige,  behaarde bovenlip om precies te zijn. In de eerste twee klassen van de middelbare werd ik ermee gepest door de populaire meiden van de klas: ‘he snor, waar ga je heen!’. Ik ontving geen uitnodigen voor leuke feestjes en moest vaak alleen naar huis fietsen. In tegenstelling tot mw Bruin heb ik het geluk gehad dit te kunnen verwerken. Sterker nog, het zijn mijn heilige wonden. Ik ben hierdoor beter in staat mij in mijn cliënten in te leven en met empathie op hen te reageren.

Greetje heeft deze kans nooit gehad. Bij haar duurden de traumatische ervaringen haar hele leven voort. Zwaar beschadigd en getekend verblijft ze nu in ons verpleeghuis. Er is geen weg meer terug. En toch denk ik dat het nooit te laat is om mensen als Greetje te helpen. We kunnen er écht voor haar zijn wanneer we o.a. uit onze ‘reactie-stand’ zien te komen. Het is een veelvoorkomend probleem in de omgang met de mens met dementie.  Onze cliënt zegt of doet iets, en wij reageren: ‘wat is er mw. de Vries? Waar gaat u naartoe? Waar wilt u heen dan? Blijft u maar zitten, u hoeft niet bang te zijn, leven uw ouders nog dan?’. En dit terwijl het juist de uitnodiging van onze kant is die ze zal aanvoelen als oprechte aandacht en betrokkenheid. We zullen haar binnenwereld moeten binnentreden in plaats van alléén maar meegaan. Uit onszelf contact moeten maken:  ‘Dag Greetje, wat leuk om je te zien, wil je met mij een kopje koffie komen drinken? Complimenten maken over haar uiterlijk: ‘Greetje wat zie je er goed uit, wat zit je haar mooi, zullen we in de spiegel kijken of je vlekken naar goed zijn gecamoufleerd?  Haar betrekken bij huishoudelijke taakjes: ‘Greetje, wil je mij alsjeblieft helpen, je bent altijd zo goed in servetten vouwen, je bent een hele goede huisvrouw! En wanneer ze verdrietig is er voor haar zijn door het gesprek aan te gaan. En haar zo alsnog helpen bij de verwerking van oud zeer.

Dementie in Theater – ‘Dag Mama’ 

Ervaar wat dementie met uw naaste of cliënt doet, en begrijp hoe u hiermee kunt omgaan. Zodat u het béste kunt geven, aan de mens met dementie én aan elkaar.
Omgaan met dementie op een manier die je niet meer loslaat!

Klik hier voor meer informatie. Klik hier om uw kaarten te reserveren.

Geen reactie's

Geef een reactie
This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.